Marieke Harmsen

‘De stralende gezichten van kinderen die voor het eerst in aanraking komen met een instrument vind ik het mooist’

 

Juffen en meesters, dat zijn de bekendste onderwijsmedewerkers. Maar zij zijn uiteraard niet de enigen die ons onderwijs vorm geven. Daar zijn nog veel meer mensen bij betrokken. Wat dacht je bijvoorbeeld van conciërges, intern begeleiders, onderwijsassistenten, leerkrachtondersteuners, administratief medewerkers, luizenmoeders, voorleesoma’s, en ga zo maar door. Dit schooljaar stellen we je voor aan een aantal van onze onmisbare ondersteuners.

De ondersteuner van vandaag is Marieke Harmsen, locatiemanager van het Leerorkest op IKC Noordrijk.

 

‘Ik schep alle randvoorwaarden voor het geven van muzieklessen. Het Leerorkest verzorgt iedere week muzieklessen op school voor groep 5, 6, 7 en 8. De leerlingen kunnen een muziekinstrument kiezen en leren n.a.v. het instrument de basis van muziek en van het instrument. Daarnaast coördineer ik ook het naschoolse Wijktalentorkest Noord, waar leerlingen uit de hele wijk uit mee kunnen doen. Die lessen vinden plaats op de donderdagmiddag na schooltijd. De kinderen kunnen ook daar een instrument leren spelen in een klein groepje en hebben daarnaast met alle leerlingen van het orkest repetities en theorielessen.’

 

‘Mijn motivatie is de muziek. Die speel van jongs af aan al een belangrijke rol in mijn leven, zorgt er op een andere manier voor dat ik me kan uitdrukken dan met woorden en geeft plezier en verdieping in mijn leven. Daarnaast is samenspelen met anderen ontzettend leuk en leerzaam, en het zorgt voor een enorme band. Met het Leerorkest kom ik op plekken waar het niet vanzelfsprekend is om een instrument te bespelen of om samen te spelen in een orkest. Ik vind het heel fijn om alle kinderen die kans te bieden.’

 

‘De stralende gezichten van kinderen die voor het eerst in aanraking komen met een instrument vind ik het mooist. En ook het samenspelen van hogere groepen als ze verder komen en een paar klanken zijn uitgegroeid tot een waar orkeststuk, als alles ‘opeens’ samenvalt. Maar ook gesprekken met muziekdocenten over de zogenaamd ‘lastige’ leerling die in de muziekles opeens een voorsprong blijkt te hebben, of juist na een paar lastige lessen zijn of haar plaats gevonden heeft.’